VENLO 1939-1945

Een beknopte geschiedenis
Marcel Hogenhuis

Was Venlo voorbereid?

De historie van Venlo in de Tweede Wereldoorlog fascineert nog steeds. Deels omdat we nog altijd worstelen met de nalatenschap van die periode, denk aan stadsvernieuwingsprojecten, deels omdat de Venlose oorlogsgeschiedenis ook veel mythes bevat en diverse thema’s nooit zijn beschreven. Deze cursus heeft een tweeledig doel: een schets van zowel de grote lijnen als keerpunten én enkele minder bekende thema’s te belichten. Recent onderzoek haalt enkele vaste aannames onderuit.

In de crisisjaren ’30 namen de internationale spanningen toe en met name Hitler-Duitsland voerde een agressieve politiek, intern tegen politieke tegenstanders en de Joden als zondebok, extern om alle Duitsers ‘heim ins Reich’ te krijgen. Nederland zag het, maar reageerde lange tijd erg passief. Pas halverwege de jaren ’30 werden geleidelijk meer inspanning verricht om oorlogsgevaar af te wenden of gevolgen van oorlogshandelingen te beperken.

De civiele voorbereidingen bestonden uit maatregelen voor de bescherming van de bevolking: de bewustwording voor luchtgevaar werd vergroot. Voor zowel Venlo als Blerick kwam een luchtbeschermingsplan. Dit resulteerde in oefeningen, uitbouw van de Luchtbeschermingsdienst, plaatsing van sirenes en de bouw van drie openbare schuilkelders.

De militaire voorbereidingen bestonden allereerst uit de bouw in 1935/36 van twee zware rivierkazematten ter beveiliging van de strategisch belangrijke Venlose Maasbruggen: een nabij de Staaij, de ander in het verlengde van de Blerickse brugstraat. Pas in 1939 verrees langs de westoever van de Maas nog een linie van kleine kazematten, werden de bruggen van springladingen voorzien en werden de invalswegen naar Venlo versperd. Eind augustus 1939 volgde de mobilisatie en werd de grensstreek in staat van verdediging gebracht. Desondanks bleef de bevolking geloven dat de Nederlandse neutraliteit gerespecteerd zou worden in een nieuwe oorlog. Die hoop liep een ernstige deuk op.

Op 9 november 1939 vond een grensincident plaats aan de grensovergang Venlo-Herongen: hetVenlo Incident. Twee leden van de Britse geheime dienst, Stevens en Best werden ontvoerd en de Nederlandse waarnemer luitenant Klop werd gedood.

Deze gewapende arrestatie op Nederlands grondgebied is de eerste Duitse oorlogsdaad tegen Nederland. Het Venlo Incident was niet uitgelokt om als motief te dienen voor de geplande, maar weer uitgestelde Duitse aanval op 12 november 1939. Wel werd Klop’s aanwezigheid in mei 1940 door de Duitsers gebruikt als excuus om Nederland binnen te vallen ‘om te verhinderen dat Engeland, gesteund door Frankrijk, een aanval op het Derde Rijk zou lanceren vanuit Nederland’. Het lange termijn effect van het Venlo Incident was, dat de Engelsen voortaan iedereen wantrouwde die beweerde te behoren tot de Duitse oppositie tegen Adolf Hitler. Die terughoudendheid is de echte Duitse oppositie tegen Hitler mede fataal geworden.

Mei 1940 en herstel van het openbare leven

Na 12 november 1939 is de geplande Duitse aanvalsdatum tegen Nederland vele malen verschoven. Voor de regio Venlo geldt dat voor een snelle Duitse opmars de verovering van de Maasbruggen noodzakelijk was. De Duitsers bleken door spionage goed op de hoogte van de Nederlandse militaire verdediging en gooiden de 56e Infanterie Division in de strijd. Stonden de Duitse troepen in een oogwenk aan de Maas, de bruggen werden net op tijd opgeblazen. Daarna ontbrandde zich een felle strijd tussen de Nederlandse kazematten en Duitse troepen in Venlo. Vooral de Duitsers leden hierbij verliezen omdat ze aan de oevers van de Maas en op de Maas nauwelijks beschutting hadden.

Meerdere pogingen om bij Venlo de Maas over te steken mislukte door de hevige Nederlandse tegenstand. Daarom werd een deel van die strijdmacht richting Genooi gedirigeerd om het daar te proberen. Na onderzoek blijkt dat de mythe, dat tientallen gesneuvelden Duitsers snel naar Duitsland werden weggevoerd om deze verliezen te verdoezelen, niet kan kloppen: bij de genoemde divisie kwamen op 10 mei 46 militairen om. Hiervan zijn 41 met naam en (veelal) Venlose graflocatie bekend

De meeste gewonden kwamen in het Venlose St.Josephziekenhuis terecht. Enkelen stierven alsnog en werden eveneens op het Venlose oorlogskerkhof begraven, andere gewonden werden later in mei 1940 naar Duitse ziekenhuizen overgebracht. Ook zonder die mythe, dwong de Nederlandse tegenstand bij Venlo bewondering af, zo blijkt uit het oorlogsdagboek van de 56e divisie.. Pas in de vroege ochtend van 11 mei gaven de laatste verdedigers van de brug zich over. Vlak na de Duitse bezetting werd het Venlose stadhuis als Ortskommandantur in beslag genomen. Niet voor lang want de bezetter had er (nog) belang bij om zo snel mogelijk het openbare leven herstellen in de hoop hiermee de Nederlanders te paaien. De Ortskommandantur werd verplaatst naar een statig pand aan de St.Martinusstraat.

Omdat de bruggen voor een deel verwoest waren, begonnen Duitse pioniers eerst met de bouw van een noodspoorbrug. Het gewone verkeer tussen beide oevers werd verzorgd door twee, gemeentelijk gerunde veerponten. Duitse gesneuvelden in de veldgraven werden herbegraven op het Duitse oorlogskerkhof aan de Dr. Blumenkampstraat. Dit zogeheten Ehrenfriedhof zou tijdens WO-2 nog flink worden uitgebreid met een gedeelte voor geallieerden oorlogsdoden. Het openbare leven kwam snel weer op gang, maar met diverse beperkingen, rantsoeneringen en instructies vanuit de Ortskommandantur. Viel in Venlo de hoeveelheid schade aan panden tijdens de strijd in mei 1940 nog mee, in Blerick waren meerdere woningen licht of zwaar beschadigd. De huizen aan de Brugstraat werden hersteld maar Villa Arthur (‘Villa Steegh’) moest worden gesloopt. De herstelde verkeersbrug werd in maart 1941 weer in gebruik genomen.

Bestuurlijke verhoudingen en de aanleg van vliegveld Venlo

De Duitse bezetting bracht natuurlijk militairen in het straatbeeld, vooral op de kazerne in Blerick enretraitehuis Manresa in Venlo. Voor het bestuur van Nederland wilde Hitler echter een NSDAPgeoriënteerd, quasi civiel bestuur. De leiding daarvan kreeg A. Seyss-Inquart, de Rijkscommissaris voor bezet Nederland. Deze parkeerde in elke provincie een Beauftragte die via de Nederlandse provinciecommissarissen (in Limburg spoedig de NSB’er Max de Marchant et d’Ansembourg) lokale burgemeesters aanstuurden. Nederland kende ook een Wehrmachts befehlshaber in den Niederlanden (Friedrich Christiansen) die formeel de baas was over alle bezettingstroepen, maar in realiteit alleen militair bestuurlijke macht uitoefende via de Feld- en Ortskommandanturen. De Ortskommandanten in Venlo hebben zich meestal uitsluitend met militaire aangelegenheden bemoeid gedurende de eerste oorlogsjaren.

In oktober 1940 werd Blerick bij Venlo gevoegd. Niet op last van de bezetter zoals de mythe ons wil doen geloven, maar na een lang bestuurlijk proces dat al voor de oorlog in gang was gezet. De wethoudersploeg werd met een Blerickse wethouder uitgebreid en tal van gemeentelijke diensten en de Blerickse Luchtbeschermingsdienst werden met die van Venlo samengevoegd. Wat de integratie tussen beide stadsdelen niet bevorderde, was dat alleen in Blerick veel (soms dubbele) straatnamen werden herbenoemd. Burgemeester Berger en zijn medewerkers kregen geleidelijk aan steeds meer te maken met Duitse instructies en maatregelen. Vooral toen medio november het vooroorlogse hulpvliegveldje Venlo werd uitgebreid tot een grote luchtmachtbasis, werd een zware wissel getrokken op het gemeentelijk apparaat om de duizenden arbeiders te huisvesten.

Deze werden opgevangen in grote zalen in Blerick en Venlo en particulieren thuis. Dat Venlo eengroot vliegveld kreeg wordt verklaard uit de ligging ten westen van het strategisch belangrijke Ruhrgebied. Venlo was een van die nachtjagervliegvelden langs de Duitse westgrens. Vanaf eind oktober begonnen de bouwwerkzaamheden en op een uiteindelijk 1760 ha groot terrein verrezen bijna 100 hangaars en bijna 200 onderkomens, garages, keukengebouwen, depots en drie grote startbanen (2x 1450 m, 1x 1250 m). Het Venlose vliegveld was zeker een grote basis maar niet de grootste in West-Europa zoals de Venlonaren elkaar in oorlogstijd graag wijs maakten. Wat deze basis wel uniek maakt, is dat het complex over de landsgrens uitstrekte en daarmee als enige in Europa in twee landen gesitueerd was. Het vliegveld was nog verre van voltooid, toen in maart 1941 een eenheid nachtjagers arriveerde. Venlo zou tot september 1944 thuisbasis blijven van deze I./NJG 1.

Jodenvervolging en verenigingsleven

Alle bemoeienissen van de bezetter ten spijt om het openbare leven te normaliseren, was één bevolkingsgroep kind van de rekening: de joodse burgers. Heel geleidelijk kregen zij te maken met extra beperkingen: Joden uit de luchtbeschermingsdienst, registratieplicht van Joden, ontslag van joodse ambtenaren, bioscoopverbod voor Joden… stapje voor stapje werd hun bewegingsruimte steeds verder beperkt. De Nederlandse overheden werden in toenemende mate bij deze maatregelen betrokken: gemeenten moesten lijsten opstellen van hun joodse ingezetenen. Ze konden wellicht niet anders, maar deden in veel gevallen ook niet anders. Dit geldt zowel voor de ambtsperiode van burgemeester Berger als diens opvolger Zanders

Op 13 augustus 1941 hield NSB-gouverneur De Marchant et d’Ansembourg van Limburg een toespraak die veel kwaad bloed zette: de provinciale staten en gemeenteraden zouden worden opgeheven en voortaan zouden de burgemeesters, NSB lid of niet, het gedachtegoed van de NSB moeten uitdragen. Diverse burgemeesters, waaronder Berger, dienden hun ontslag in. Die moedige stap, Berger verloor ook zijn bezoldiging, oogstte veel respect. De kundige wethouder Zanders werd zijn opvolger. Zanders had daarmee meteen de schijn tegen: de bezwaren die voor Berger reden waren om zijn functie neer te leggen, golden kennelijk niet voor hem. Vanuit de breed gedragen afkeer van de NSB is Zanders’ besluit verklaarbaar maar geen excuus. Nader historisch onderzoek naar de gedragingen van beide burgemeesters in oorlogstijd zal zeker bijdragen tot een betere inschatting van beider functioneren.

De Duitse bezetter weerden niet alleen joodse Nederlanders uit het openbare leven, maarverstevigden ook anderszins hun greep op de Nederlandse samenleving. De pers werd gecensureerd en men trachtte ook beroepsgroepen en het culturele leven in nationaalsocialistisch vaarwater te loodsen. Dit had zijn weerslag op het verenigingsleven. Uit onderzoek blijkt dat culturele verenigingen en sportverenigingen totaal verschillend behandeld werden. Om met de eerste categorie te beginnen: op 25 november 1941 werd de Nederlandse Kultuurkamer opgericht. Alleen cultuur die paste in het nationaalsocialistische gedachtengoed was ‘kultuur’. Voortaan waren muziek- en zangpartijen van bepaalde componisten verboden. Zang- en muziekverenigingen werden verzocht om zich aan te sluiten bij de Kultuurkamer, maar de animo hiervoor was gering. Diverse Venlose zang- en muziekverenigingen hielden gezamenlijk beraard in het voorjaar van 1942 en besloten om de activiteiten te staken. Bij sportverenigingen zien we een ander beeld: sport was niet ideologisch belast, maar paste juist goed in het nationaalsocialistische ideaalbeeld van gezonde, fysiek sterke mensen. Tot ver in de oorlog werd dan ook in competitieverband doorgespeeld op de voetbal- en hockeyvelden. VHC werd zelfs landskampioen in de seizoenen 1941/42 en 1942/43. Het beeld van het Venlose verenigingsleven in oorlogstijd is nog niet compleet en zeker een aparte studie waard.

Deportaties en opkomend verzet

De toestroom van joodse vluchtelingen vanuit Duitsland werd ingedamd door een zeer streng vluchtelingenbeleid van de Nederlandse regering. Zij zag in Hitler nog steeds een bevriend staatshoofd. Niettemin wist de joodse gemeenschap in Venlo onder de bezielende leiding van paraplu-fabrikant Philip Cohen vele vluchtelingen te helpen. Na de Duitse inval was de afkeer van de NSB zo groot, dat vele Nederlanders zich aansloten bij de Nederlandse Unie. Sommigen maakten andere keuzes: enkele Venlonaren wisten in geallieerde dienst te komen. Mede dankzij de grote Duitse gemeenschap in Venlo nam een groter aandeel Venlonaren dienst in de Wehrmacht, vaak uit overtuiging maar soms ook gedwongen vanwege de Duitse nationaliteit. De eerste categorie kende vooral veel gesneuvelden aan het Duits-Russische front. Dat duidt er mogelijk op, dat zij gemotiveerd waren om het communisme te bestrijden. Na de Duitse inval in Rusland in juni 1941 volgde een arrestatiegolf tegen communisten, maar dit baarde nog weinig opzien.

De verzetsgeest werd veel meer aangewakkerd door radiotoespraken van Koningin Wilhelmina vanuit Engeland…of preken vanaf de kansel door geestelijken. Toen vele, uit Duitsland ontvluchte Franse krijgsgevangenen, hulp zochten bij kerken ontstonden in NoordLimburg de eerste ontvluchtingroutes. Deze vluchtroutes kwamen later ook geallieerde vliegeniers ten goede. Behoudens kleine incidenten, bestonden de Venlose verzetsdaden tot 1942 grotendeels uit de verspreiding van illegale kranten en de oprichting van een O.D. (Orde Dienst) afdeling. Deze organisatie van oud-militairen wilde na de bevrijding de orde bewaren totdat Nederlands bevoegd gezag weer in werking was. Centrale figuur in de Noord-Limburgse O.D. was oud-generaal Jans. De spil in het geestelijke verzet was deken van Oppen. Zijn onverbloemde preken tegen Duitse propagandafilms leidde tot zijn arrestatie en dood in kamp Vught. Dit stimuleerde pastoors en kapelaans om zijn werk voort te zetten. Generaal Jans daarentegen bleef ondergedoken en leiding geven aan de O.D. De Duitse repressie raakte vooral de Venlose joodse gemeenschap.

In 1940, 1941 en begin 1942 werd hun bewegingsvrijheid steeds verder beperkt. Ze werden uit overheidsfuncties geweerd, mochten geen bioscopen meer bezoeken en moesten na mei 1942 de Jodenster dragen. Op 2 en 25 augustus, op 1 en 23 september, op 2 en 3 oktober en 10 en 11 november 1942 werden ruim 50 Venlose Joden weggevoerd. In 1943 was nagenoeg iedereen of weggevoerd of ondergedoken. Van de 126 Venlose Joden overleefden uiteindelijk 56 mensen de Holocaust. Ondanks de (te) plichtsgetrouwe overheid die lijsten van haar joodse inwoners opstelde en de inzet van de gemeentepolitie die meehielp bij het ophalen van joodse inwoners, steekt Venlo niet ongunstig af ten opzichte van andere Limburgse steden. De joodse gemeenschap in Venlo kwam de vervolging nooit meer te boven. Na de oorlog werd de synagoge gesloopt. Op het nieuwe synagogeplein herinnert een plaquette aan de rol van Philip Cohen. Een mooi maar laat eerbetoon.

Meistaking en luchtoorlog

Net als de Kultuurkamer probeerde de bezetter ook de artsen in een nationaal-socialistische Artsenkamer te organiseren. Deze hadden zich echter in grote getale georganiseerd in het illegale Medisch Contact. Toen alle artsen gedagvaard werden wegens het niet betalen van de Artsenkamercontributie, deden zij in maart 1943 en masse afstand van het beroep arts. Artsen stonden destijds in hoog aanzien. Hun openlijk en massaal verzet deed de onderdrukte Nederlanders goed, mede omdat sinds februari ook beroeps-onderofficieren terug in krijgsgevangenschap moesten en razzia’s tegen studenten werden uitgevoerd. De geest was uit de fles… Eind april 1943 kondigde de Wehrmachtsbefehlshaber in den Niederlanden, Friedrich Christiansen af dat ‘leden van de voormalige Nederlandse leger terstond opnieuw in krijgsgevangenschap worden weggevoerd.’ Dit deed de deur dicht. Overal braken spontane stakingen uit, in Venlo bij gemeentewerken, gemeentebedrijven, gemeentesecretarie en zelfs een werkonderbreking bij Nedinsco, de dochtermaatschappij van Zeiss-Jena.

De spoorwegen hielden zich buiten de staking. De Venlose burgemeester Zanders heeft alleen ten aanzien van directeur De Vreeze van gemeentewerken nader onderzoek laten verrichten, maar verder geen disciplinaire maatregelen genomen. Ook hier ligt nog veel te onderzoeken en ontdekken, maar duidelijk is wel dat de april-mei staking in Venlo niet langer dan een dag heeft geduurd. Ver boven deze strubbelingen, werd een luchtstrijd op leven en dood uitgevochten tussen de Duitse Luftwaffe en geallieerde bommenwerper formaties. Het Venlose oorlogsvliegveld had een belangrijkaandeel in die strijd. Sinds maart 1941 was een eenheid nachtjagers op de Venlose basisg estationeerd die nacht na nacht probeerde Engelse bommenwerpers te onderscheppen. Eerst met behulp van zoeklichten, later ook met grond- en boordradar, schoten deze toestellen veel bommenwerpers neer met alle risico’s voor de burgerbevolking. Vooral op 20 december 1942 en 8 april 1943 werden stadsdelen door bommen getroffen waarbij veel burgerslachtoffers vielen

In maart 1943 startte een nieuwe reeks luchtaanvallen tegen het Ruhr-gebied. Tegenover formaties van soms 500-700 bommenwerpers, stond een Duits luchtverdedigingssysteem van radarstations, een wijdvertakt verbindingennetwerk en nachtjagers. De cruciale rol van vliegveld Venlo blijkt ten eerste uit de tijdelijke versterking van de eenheid in Venlo met ervaren bemanningen van andere eenheden. Verder kreeg een nieuw type nachtjager, de Heinkel He219, in Venlo zijn vuurdoop. Alleen al in de periode maart-juli 1943 schoten de nachtjagers van Venlo (deels op Gilze-Rijen gestationeerd) circa 190 bommenwerpers neer. De grote geallieerde begraafplaatsen in Jonkerbos, Groesbeek, het Reichswald en Rheinberg liggen vol met jonge bemannings-leden die het leven hebben gelaten voor onze vrijheid. Op de Schaapsdijkweg te Venlo herinnert een plaquette aan de slachtoffers van Fliegerhorst Venlo.

1944, een bewogen jaar

In 1944 bleef de geestelijkheid een belangrijke rol spelen in het verzet, maar medio zomer 1943 was daar ook de L.O. (Limburgse Onderduikorganisatie) bij gekomen, waarin kapelaan Naus van de St.Martinusparochie en de Venlose onderwijzer Jan Hendrikx de leidende figuren waren. Eind 1943 waren ook veel jongeren tot het verzet toegetreden. Een goede verklaring daarvoor is nog niet gevonden, maar het past wel in de landelijke trend van een gestegen verzetsgeest. De ondergrondse strijd werd grimmiger (aanslag op Venlose bevolkingsregister, overval op Venlose politieburo) en de Duitse terreur eiste navenant meer arrestaties en slachtoffers in verzetskringen (Berger, Coehorst, gebroeders Dael).

Het Venlose vliegveld werd m.u.v. Britse stooraanvallen betrekkelijk ongemoeid gelaten en bleef tot eind 1944 een luchtverdedigingsbasis. Met de komst van eenmotorige jagers in januari 1944 werd vanuit Venlo ook overdag strijd gevoerd tegen de Amerikaanse luchtmacht. De eerste grote luchtaanval tegen de basis was op 25 februari 1944, tijdens ‘Big Week’, een week durende reeks aanvallen tegen Duitse vliegvelden en vliegtuigfabrieken. Vooral technische installaties werden getroffen en op het vliegveld vielen 11 slachtoffers. Uit luchtvaarthistorisch oogpunt zijn de komst van het raketvliegtuig Messerschmitt Me163 en Heinkel He111 bommenwerpers met V-1 vliegende bommen interessanter. Geïnteresseerd raakten ook de Nederlandse spionagegroepen want de Duitsers deden zozeer hun best om alles geheim te houden dat het juist opviel. De met veel geraas startende Me163’s kon heel Venlo horen, maar als onderscheppingsjager mislukte het toestel wegens te korte vliegduur.

Successen werden niet behaald vanaf Venlo. De He111/V-1 operaties vanaf begin juli 1944 hebben geleid tot het boven zee lanceren van ca. 420 V-1’s richting Engeland. Dit is de enige offensieve actie die vanuit het Venlose vliegveld werd ondernomen. Mede om die reden werd het vliegveld op 15 augustus en 3 september 1944 gebombardeerd door respectievelijk de 8e USAAF en het Britse Bomber Command. Met name de laatste aanval veroorzaakte veel schade vanwege het zwaardere kaliber bommen, de zg. duizendponders. Alle Luftwaffe-eenheden verlieten op en rond Dolle Dinsdag 5 september 1944 het vliegveld, omdat de geallieerde grondtroepen in rap tempo naderden. De I./NJG 1 heeft vanuit Venlo ca.400 Britse bommenwerpers neergehaald. Pas na de luchtlandingen bij Son, Nijmegen en Arnhem op 17 september werd de vliegbasis opgegeven. Wekenlang klonken explosies van een Sprengkommando. Na de bevrijding van Venlo op 1 maart 1945 gebruikte de Amerikaanse luchtmacht het vliegveld als ‘Y-55 Venlo’ voor de geallieerde Rijnoversteek eind maart 1945.

13 bombardementen en bevrijding van Blerick

Na de geallieerde luchtlandingen richting Arnhem brak een wildwestperiode aan in Venlo: het verlaten vliegveld werd haastig van obstakels tegen luchtlandingen voorzien. Verder werd de mannelijke bevolking onder dwang ingezet om rondom de stad te werken aan loopgraven en een tankgracht. Aan de randen van het geallieerde bruggenhoofd richting Arnhem werd zwaar gevochten, vooral in de Peel rondom Overloon en Venray. De Duitse bevoorrading van dat front viel of stond met voldoende aanvoer via o.a. de Venlose Maasbruggen. Die bruggen werden doelwit van vele geallieerde luchtaanvallen. Hoewel sinds het einde van WO-2 altijd gesproken en geschreven wordt over de 13 bombardementen, is uit mijn nadere onderzoek voor deze cursus vast te komen te staan, dat de bruggen welgeteld 11 keer bewust doelwit zijn geweest. Het kostte de stad niettemin circa 280 doden en tientallen gewonden die soms voor het leven getekend waren.

Hoewel de geallieerden met aanvliegroutes over de Maas bewust gekozen hebben om de bewoonde stadsdelen te ontzien, heeft de combinatie van slecht weer, extra Duits luchtafweergeschut en de bebouwing tot dicht bij de bruggen geleid tot veel burgerslachtoffers in Venlo en Blerick. De bruggen zijn wel degelijk meerdere keren geraakt maar niet verwoest, ook niet door granaten van een Brits superzwaar 240mm kanon in de Peel op 19 november. Op 25 november bliezen de Duitsers de bruggen over de gehele lengte op.

Niets te vroeg want na een urenlange beschieting door de Britse artillerie, begon op 3 december de stormloop op Blerick. Deze Britse aanval is de geschiedenis ingegaan als de ‘Perfect Battle of Blerick’. Blerick was namelijk omgeven door een tankgracht, mijnenvelden en prikkeldraad en vanuit militair perspectief dus voorbereid op een aanval. De Engelsen waren eveneens grondig voorbereid: speciale tanks die een route baanden door de mijnenvelden, bruglegger-tanks om de tankgracht te overbruggen, pantservoertuigen om infanterie naar Blerick te brengen. De aanval werd ingeleid met een enorm zware artilleriebeschieting. Op het einde van die lange derde december was Blerick bevrijd tegen relatief weinig verliezen aan Britse zijde. De Maas werd letterlijk frontlijn tussen Blerick en Venlo. Het merendeel van de Blerickse bevolking werd uit het frontgebied geëvacueerd naar de omgeving van Eindhoven en Aalst/België.

Frontstad, evacuaties en bevrijding

Er zijn een drietal redenen waarom Venlo drie maanden lang frontstad bleef: door aanhoudend slecht weer waren de Maas en Roer brede barrières geworden. Verder boden de Duitsers meertegenstand naarmate de geallieerden het Derde Rijk naderden. Het Duitse tegenoffensief in de Ardennen tot slot sloeg een bres die met troepen van elders gedicht moest worden. Nadat Venlo op 30-8-1944 aan de Gau Düsseldorf was toegevoegd, bleef burgemeester Zanders weliswaar in functie, maar was zijn rol nog complexer. De bestuurlijke chaos werd verergerd door tegenstellingen tussen de NSDAP en Wehrmacht. Maar ook de haperende nutsvoorzieningen en de verspreide gemeentelijke diensten bemoeilijkten de hulp aan de bevolking. In de hoop dat van uitstel afstel zou komen, haalde Zanders alles uit de kast om evacuatie van de stad te verhinderen. De dreiging van een algehele evacuatie werd acuut toen Arcen, Lomm en Velden na 8 januari 1945 werden geëvacueerd.

Kort daarop was evacuatie van Venlo niet meer tegen te houden: tussen 13-18 januari werden ca. 8000 personen via de Achterhoek naar de provincie Groningen geëvacueerd. Op 20 januari vertrokken nog eens 1600 mensen te voet en per trein via een gevaarlijke omweg over Duitsland naar Friesland en Groningen. Circa 14000 mensen bleven in Venlo achter, blootgesteld aan Duitse razzia’s, granaatbeschietingen en snel verslechtende voedselsituatie.Het Venlose St.Josephziekenhuis, sinds eind november 1944 ondergronds, probeerde de medische zorg overeind te houden met alle beperkingen van dien. Oorlogsslachtoffers en overleden patiënten kregen noodgedwongen een tijdelijk graf achter het ziekenhuis. Op 1 maart 1945 rolden totaal onverwacht de Amerikaanse tanks langs de Kaldenkerkerweg Venlo (en Tegelen) binnen. Weinig Venlonaren zullen beseft hebben, dat deze overwegend uit zwarte Amerikanen bestaande tankformatie een uitzondering vormde in de Amerikaanse strijdmachten.

Op 2 maart was de hele stad gezuiverd en bevrijd. Burgemeester Zanders werd uit zijn ambt gezet en Berger keerde terug in zijn oude functie. De geallieerden sloegen vier noodbruggen om via Venlo een strijdmacht te kunnen opbouwen ten westen van de Rijn voor de verdere opmars. Ook het Venlose vliegveld werd provisorisch hersteld en op 10 maart 1945 in gebruik genomen door verkenners en jachtbommenwerpers van de 9th USAAF. De basis werd in pas in september 1945 verlaten. Een bijzonder moment was het bezoek van koningin Wilhelmina aan de getroffen stad op 23 maart 1945. Amper was Wilhelmina van vliegveld Venlo vertrokken of Winston Churchill landde op de basis. Hij was uitgenodigd door veldmaarschalk Montgomery om de volgende dag getuige te zijn van de geallieerde oversteek over de Rijn.

Balans van vijf jaar oorlog, herstel van de stad

Er wachtte burgemeester Berger een schier onmogelijke taak om van het zwaar getroffen Venlo en Blerick weer leefbaar te maken, er heerste een schrijnend tekort aan alles. Ook het herstel van gas, water en licht kostte veel hoofdbrekens. Uit een overzicht van verwoeste en beschadigde panden mogen we zelfs opmaken dat Blerick procentueel zwaarder getroffen was dan Venlo. Berger, persoonlijk getroffen door het verlies van zijn zoon Alphons in een Duits kamp ging voortvarend aan de slag. Hij moest ook wel want de eerste evacués keerden terug naar Venlo. Zij vonden hun woning soms leeggeplunderd of ‘bezet’ door andere gezinnen die helemaal geen woning meer hadden. O.a. mijnwerkers uit ZuidLimburg kwamen helpen met puinruimen, het KölnMindener complex diende als tijdelijke puinplaats. Hoewel herstel van de Maasbruggen nog even op zich liet wachten, bleef de houten noodbrug van de Amerikanen nog enige jaren dienst doen. Het mag nauwelijks verbazing heten, dat de zuivering van overheidsdiensten en politie/brandweer chaotisch verliep en tot veel onverkwikkelijke affaires heeft geleid.

Slachtoffers Venlo

Het onderzoek naar het aantal oorlogsslachtoffers in Venlo is nog altijd gaande. De gemeentelijke oorlogs-dodenwebsite (http://historie.venlo.nl) is op basis van andere criteria samengesteld, dan naar mijn mening wenselijk is. Mijn telling zal een stuk lager uitkomen dan de circa 1370 namen op de gemeentelijke website. Deze academische discussie laat onverlet dat Venlo een hoge prijs aan mensenlevens heeft betaald tijdens de oorlogsjaren.

Het is absoluut waar dat veel panden in de Venlose binnenstad zodanig beschadigd waren datherstel duurder of zelfs onmogelijk was. Foto’s geven niet altijd een goed beeld van structureleschade. Desondanks was de periode van wederopbouw ook een tijd van afbraak. Dat laatste was mede een gevolg van stedenbouwkundige plannen van architect Jules Kayser. Kayser heeft Venlo enkele monumentale panden nagelaten, maar schroomde niet om met het verruimen van rooilijnen en herinrichten van de binnenstad panden te laten afbreken die nog behouden hadden kunnen worden. Zocht Kayser qua maatvoering en bouwstijl nog aansluiting bij de historische stadskern, het naoorlogse brugplan met verkeersplan was een flinke trendbreuk: behalve grote verkeerspleinen bij het nieuwe station en nieuwe viaduct verrezen langs deze wegen moderne woon/winkelblokken. Voor de snel groeiende bevolking werden zowel in Blerick als in Venlo nieuwe woonwijken gerealiseerd. De stad is verrezen uit zijn as, maar met het verwerken en beschrijven van de oorlogshistorie kunnen we voorlopig nog jaren vooruit.

Kaldenkerkerweg 10
5913 AD Venlo
info@hogenhuis.info
www.historicalresearch.nl
KvK-nummer 63115964

G.S.G.S. 4602 militaire stafkaart Venlo-Blerick in WO-2